Mijn eerste baantje ooit
was babysitten. Het was in mijn studententijd. Vandaag vraag ik me nog steeds
af wat me destijds bezield heeft om op kinderen te passen, want ik ben de meest
onverantwoordelijke nozem die je je maar kunt inbeelden. Ik vermoed dat ik toen
een sympathieke kop had en dat mensen me daarom snel vertrouwden. Dat is nu wel
anders.
Om te
kunnen starten moest ik me eerst aansluiten bij de Gezinsbond. Ik had een
afspraak gemaakt met een of andere ouwe lul voor iets wat voor een
sollicitatiegesprek moest doorgaan. Hij woonde niet ver bij me vandaan en zo
stond ik op een dag te bellen aan zijn voordeur. Het eerste wat mij opviel toen
hij opendeed was de klodder mayonaise in zijn baard. ‘Je bent te vroeg,’ zei
hij. ‘Ik ben nog aan het eten.’ Hij ging me voor naar de zitkamer, waar hij me
gebaarde op een stoel te gaan zitten en te wachten. Het stonk er naar
sigarenrook. Ik zag hem naar de woonkamer gaan, waar hij de rest van zijn
maaltijd nuttigde. Kip met friet.
Een
kwartier later wenkte hij me en handelden we wat formaliteiten af. Ze werkten met
bonnetjes die door de oppas zelf ingevuld moesten worden aan het eind van
iedere avond. Ik begreep er geen snars van, maar knikte de hele tijd en dacht
dat het zichzelf wel zou uitwijzen als het zover was. Het verdiende veel te
weinig, maar ik was al lang blij dat iemand zo gek was om me aan te nemen. Dus
nam ik de bonnetjes in ontvangst. Ze hadden een lijst van alle babysitters en
hij zou me wel bellen. Die ouwe coördineerde alles.
Een
week later had ik al prijs. Het was zaterdagochtend en ik had plannen om die
avond met vrienden wat te blowen in een park in de buurt. Ik wilde echter geen
slechte indruk maken door het eerste aanbod al af te wimpelen, dus stemde ik
ermee in. Mijn vrienden gingen zonder mij blowen terwijl ik naar de andere kant
van de stad fietste. Ik dubbelcheckte het adres en belde aan. Een opgedirkte
dame opende de deur voor me. Ze had de uitstraling van een hertogin. Ik
fantaseerde dat we gingen neuken als ze weer thuiskwam. Op de achtergrond klonk
geblèr van irritante kinderen. ‘Kom binnen,’ zei ze. Ik volgde haar en staarde
de hele tijd naar haar wiebelende kont in haar strakke jurk. Ik kreeg een
stijve.
‘Dit
is Emma, ze is vijf. En dat is Jasper, hij is elf maanden.’ Trots toonde ze me haar
kinderen. Emma wierp me een venijnige blik toe. Het zag er vervelend wicht uit.
Ze keek naar mijn kruis. Ik boog een beetje voorover zodat het niet teveel
opviel.
‘Heb
je veel ervaring met kinderen?’ vroeg de moeder.
Ik
knikte. ‘Komt goed.’
Ze
toonde me waar alles lag. De luiers voor het geval Jasper had gekakt en de
leesboekjes voor Emma. ‘Je leest toch voor, hé?’
Opnieuw
knikte ik.
Toen
liep ze naar de keuken. ‘Als je wat te eten wil, dan pak je het maar.’ In de
koelkast stond een fles cola. ‘Chips ligt hier.’ Ze trok een kast open: een
dozijn zakken puilde naar buiten. ‘Is er nog iets dat je wil vragen?’
Ik kon
wel wat bedenken… moest moeite doen om niet naar haar borsten te staren, maar
zei dat alles duidelijk was.
‘Je
moet wel opletten met Emma, hoor,’ zei ze opeens.
‘Hoezo?’
‘Sinds
mijn man overleden is, gedraagt ze zich vreemd. Soms mishandelt ze haar
broertje.’
‘Ach
zo.’
Ten
slotte wees ze naar het briefje dat met een ronde magneet aan de koelkastdeur
hing. Daarop stonden enkele telefoonnummers. Dat van haar, de politie, het
noodnummer, de brandweer, het antigifcentrum en nog een paar diensten waar ik
nooit van gehoord had. Ik vroeg me de hele tijd af hoe de vader gestorven was.
‘Wist je dat pinguïns knieën hebben?’ vroeg ik opeens. Ze fronste haar
wenkbrauwen en keek me schaapachtig aan. Ik haalde mijn schouders op. Een
beetje later was ze weg.
Die
klote-Jasper was nog steeds aan het huilen. Zijn moeder had hem niet tot
bedaren gekregen en Emma werd er duidelijk nerveus van. Ze zat op de bank
televisie te kijken en zapte van de ene zender naar de andere, tot ze helemaal
rond was en dan begon ze weer opnieuw. Ik gaf Jasper een knuffelbeer en ging
naast Emma zitten met een tijdschrift dat ik ergens had gevonden. ‘Jouw adem
stinkt naar plasticine,’ zei ze zonder me aan te kijken. Kinderen hebben de
jaloersmakende gave om je met één simpele opmerking tot op het bot te
vernederen. Ik benijdde dat. Tegelijkertijd zinde ik op wraak. Op dat moment besloot
ik dat ze er niet ongestraft mee weg zou komen. Ik begon te broeden op een plan
om het haar betaald te zetten.
‘Hoe
gaat het op school?’ vroeg ik. ‘Kan je al tot tien tellen?’ Ik had beter
gezwegen, want dat wicht begon ineens tot honderd te tellen en vervolgens
achterstevoren. Het duurde een eeuwigheid. Ik had zin om haar een kopstoot op
haar melktanden te geven.
De
avond was een aaneenschakeling van Jaspers gehuil, chips en cola, en onzin op
televisie. En het onvermijdelijke gezeur van Emma. ‘Heb je een liefje? Heb je
al gekust? Mag ik je piemel zien? Mijn papa heeft ons laten zitten. Jasper is
een rotjong.’ Dat soort zaken. Ik moest haar moeder gelijk geven, ze was een
psychopaat in wording. Ik stelde me een oudere versie van haar voor: krankzinnig,
vastgeketend aan een bed, hysterisch krijsend, spugend naar de artsen en
verplegers, daarna platgespoten. Elektroshocks. Haar verdiende loon.
Opeens
begon het in de woonkamer naar stront te stinken. Eerst dat ik dat Emma een
scheet had gelaten, maar ze wees in de richting van haar broertje. Natuurlijk…
die kleine had zijn luier volgescheten. Zijn moeder had me getoond waar de
luiers lagen, maar ik had zo’n ding nog nooit van dichtbij gezien. Ik probeerde
te doen alsof er niets gebeurd was.
‘Ga je
hem niet verschonen?’ vroeg Emma.
Verdomme.
Ik keek op mijn uurwerk. Het was bijna bedtijd voor de kinderen. Zuchtend stond
ik op. Ik nam een luier uit de kast. Ik pakte Jasper uit zijn box en legde hem
op de keukentafel. De stank nestelde zich in mijn longen, in mijn maag, ik
dacht dat ik over mijn nek ging. Emma stond me van op een afstand uit te
lachen. Gedurende een minuut keek ik naar die kleine en vroeg me af hoe ik het
zaakje ging aanpakken. Tijdens het peinzen viel me de verzameling cactusjes op
de vensterbank op. Ik kreeg een idee.
Zo
goed als ik kon verschoonde ik Jasper. Ik veegde de stront weg met keukenpapier
en een natte vaatdoek. Jasper schreide en spartelde, spartelde en schreide. Ik
bad dat hij niet van de tafel zou rollen en met zijn broze schedel op de
tegelvloer zou donderden. Ik rolde de vieze luier tot een bolletje en gooide
hem in de vuilnisbak. Ik spreidde de schone luier over de tafel. Emma zat
ondertussen weer aan het televisiescherm gekluisterd. Goed zo, dacht ik.
Ik
bestudeerde de cactusjes en nam die met de meeste en scherpste stekels van de
vensterbank. Ik ontdeed hem van het potje en plaatste hem in het midden van de
luier. Daarna legde ik Jasper erop en bond de luier om. Zijn gekrijs ging
enkele octaven de hoogte in. Ik grijnsde zelfvoldaan en zette hem weer in zijn
box.
‘Jasper
huilt veel,’ zei ik tegen Emma.
‘Altijd,’
zei ze, ‘ik denk dat er iets met hem scheelt.’
We
keken nog een halfuurtje televisie. Daarna legde ik Jasper boven in zijn wieg
en las ik nog twee verhaaltjes voor aan Emma. Ze smeekte om nog een derde, maar
ik gaf niet toe. Ze was toch te moe, want ze kon haar ogen amper open houden.
Niet veel later viel ze in slaap, terwijl Jasper nog steeds onbedaarlijk aan
het huilen was. Als hij maar niet doodging, dacht ik. Zijn stem sneed door merg
en been en ik dacht dat ik mezelf van kant zou maken als ik er nog een uur langer
naar moest luisteren.
Gelukkig
was zijn lekkere moeder vroeger thuis dan verwacht. ‘Is alles goed gegaan?’
vroeg ze. Ze keek nogal bedrukt omdat Jaspers gehuil door heel de trappenhal en
ver daarbuiten galmde.
Ik
schudde van niet. Ik zei dat ze gelijk had over Emma. ‘Ze heeft Jasper de hele
avond zitten jennen. Ze heeft zelfs enkele keren met de afstandsbediening van
de televisie op zijn hoofd geslagen. Gelukkig kon ik haar op tijd tegenhouden
en is hij niet gewond geraakt.’
De
moeder kreeg tranen in haar ogen. ‘Ik weet het,’ zei ze. ‘Eigenlijk is ze een
lief kind, maar sinds haar vader weg is, is ze onhandelbaar geworden.’
‘Het
spijt me dat te horen, mevrouw.’ Ik begon het bonnetje in te vullen dat ik van
die ouwe vreetzak gekregen had.
De
moeder ging zitten en zuchtte. Misschien moet ik maar eens naar een kinderpsycholoog
met haar. Nu begon ze te huilen. De tranen stroomden over haar wangen. Haar
mascara liep uit. Op een bepaalde maakte haar dat nog mooier dan ze al was.
Niet op een geile manier of zo, gewoon kwetsbaar mooi. Als een engel. Ik wilde
haar knuffelen, maar legde slechts een hand op haar schouder. Daarna ging ik
weg zonder haar het bonnetje te geven. Ik had mijn eerste avond als babysitter
dus gratis en voor niets gewerkt, maar dat vond ik helemaal niet erg. Ik had mijn
wraak op Emma beet, want zij zou sowieso de schuld krijgen van die farce met de
cactus. Ik fietste naar huis en barstte in lachen uit.
Een
week later kreeg ik telefoon van de ouwe voor mijn tweede klus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten