zaterdag 24 maart 2018

Babysitten (deel 3 van een reeks absurde verhaaltjes om jou te vermaken)


Mijn eerste baantje ooit was babysitten. Het was in mijn studententijd. Vandaag vraag ik me nog steeds af wat me destijds bezield heeft om op kinderen te passen, want ik ben de meest onverantwoordelijke nozem die je je maar kunt inbeelden. Ik vermoed dat ik toen een sympathieke kop had en dat mensen me daarom snel vertrouwden. Dat is nu wel anders.
Om te kunnen starten moest ik me eerst aansluiten bij de Gezinsbond. Ik had een afspraak gemaakt met een of andere ouwe lul voor iets wat voor een sollicitatiegesprek moest doorgaan. Hij woonde niet ver bij me vandaan en zo stond ik op een dag te bellen aan zijn voordeur. Het eerste wat mij opviel toen hij opendeed was de klodder mayonaise in zijn baard. ‘Je bent te vroeg,’ zei hij. ‘Ik ben nog aan het eten.’ Hij ging me voor naar de zitkamer, waar hij me gebaarde op een stoel te gaan zitten en te wachten. Het stonk er naar sigarenrook. Ik zag hem naar de woonkamer gaan, waar hij de rest van zijn maaltijd nuttigde. Kip met friet.
Een kwartier later wenkte hij me en handelden we wat formaliteiten af. Ze werkten met bonnetjes die door de oppas zelf ingevuld moesten worden aan het eind van iedere avond. Ik begreep er geen snars van, maar knikte de hele tijd en dacht dat het zichzelf wel zou uitwijzen als het zover was. Het verdiende veel te weinig, maar ik was al lang blij dat iemand zo gek was om me aan te nemen. Dus nam ik de bonnetjes in ontvangst. Ze hadden een lijst van alle babysitters en hij zou me wel bellen. Die ouwe coördineerde alles.
Een week later had ik al prijs. Het was zaterdagochtend en ik had plannen om die avond met vrienden wat te blowen in een park in de buurt. Ik wilde echter geen slechte indruk maken door het eerste aanbod al af te wimpelen, dus stemde ik ermee in. Mijn vrienden gingen zonder mij blowen terwijl ik naar de andere kant van de stad fietste. Ik dubbelcheckte het adres en belde aan. Een opgedirkte dame opende de deur voor me. Ze had de uitstraling van een hertogin. Ik fantaseerde dat we gingen neuken als ze weer thuiskwam. Op de achtergrond klonk geblèr van irritante kinderen. ‘Kom binnen,’ zei ze. Ik volgde haar en staarde de hele tijd naar haar wiebelende kont in haar strakke jurk. Ik kreeg een stijve.
‘Dit is Emma, ze is vijf. En dat is Jasper, hij is elf maanden.’ Trots toonde ze me haar kinderen. Emma wierp me een venijnige blik toe. Het zag er vervelend wicht uit. Ze keek naar mijn kruis. Ik boog een beetje voorover zodat het niet teveel opviel.
‘Heb je veel ervaring met kinderen?’ vroeg de moeder.
Ik knikte. ‘Komt goed.’
Ze toonde me waar alles lag. De luiers voor het geval Jasper had gekakt en de leesboekjes voor Emma. ‘Je leest toch voor, hé?’
Opnieuw knikte ik.
Toen liep ze naar de keuken. ‘Als je wat te eten wil, dan pak je het maar.’ In de koelkast stond een fles cola. ‘Chips ligt hier.’ Ze trok een kast open: een dozijn zakken puilde naar buiten. ‘Is er nog iets dat je wil vragen?’
Ik kon wel wat bedenken… moest moeite doen om niet naar haar borsten te staren, maar zei dat alles duidelijk was.
‘Je moet wel opletten met Emma, hoor,’ zei ze opeens.
‘Hoezo?’
‘Sinds mijn man overleden is, gedraagt ze zich vreemd. Soms mishandelt ze haar broertje.’
‘Ach zo.’
Ten slotte wees ze naar het briefje dat met een ronde magneet aan de koelkastdeur hing. Daarop stonden enkele telefoonnummers. Dat van haar, de politie, het noodnummer, de brandweer, het antigifcentrum en nog een paar diensten waar ik nooit van gehoord had. Ik vroeg me de hele tijd af hoe de vader gestorven was. ‘Wist je dat pinguïns knieën hebben?’ vroeg ik opeens. Ze fronste haar wenkbrauwen en keek me schaapachtig aan. Ik haalde mijn schouders op. Een beetje later was ze weg.
Die klote-Jasper was nog steeds aan het huilen. Zijn moeder had hem niet tot bedaren gekregen en Emma werd er duidelijk nerveus van. Ze zat op de bank televisie te kijken en zapte van de ene zender naar de andere, tot ze helemaal rond was en dan begon ze weer opnieuw. Ik gaf Jasper een knuffelbeer en ging naast Emma zitten met een tijdschrift dat ik ergens had gevonden. ‘Jouw adem stinkt naar plasticine,’ zei ze zonder me aan te kijken. Kinderen hebben de jaloersmakende gave om je met één simpele opmerking tot op het bot te vernederen. Ik benijdde dat. Tegelijkertijd zinde ik op wraak. Op dat moment besloot ik dat ze er niet ongestraft mee weg zou komen. Ik begon te broeden op een plan om het haar betaald te zetten.
‘Hoe gaat het op school?’ vroeg ik. ‘Kan je al tot tien tellen?’ Ik had beter gezwegen, want dat wicht begon ineens tot honderd te tellen en vervolgens achterstevoren. Het duurde een eeuwigheid. Ik had zin om haar een kopstoot op haar melktanden te geven.
De avond was een aaneenschakeling van Jaspers gehuil, chips en cola, en onzin op televisie. En het onvermijdelijke gezeur van Emma. ‘Heb je een liefje? Heb je al gekust? Mag ik je piemel zien? Mijn papa heeft ons laten zitten. Jasper is een rotjong.’ Dat soort zaken. Ik moest haar moeder gelijk geven, ze was een psychopaat in wording. Ik stelde me een oudere versie van haar voor: krankzinnig, vastgeketend aan een bed, hysterisch krijsend, spugend naar de artsen en verplegers, daarna platgespoten. Elektroshocks. Haar verdiende loon.
Opeens begon het in de woonkamer naar stront te stinken. Eerst dat ik dat Emma een scheet had gelaten, maar ze wees in de richting van haar broertje. Natuurlijk… die kleine had zijn luier volgescheten. Zijn moeder had me getoond waar de luiers lagen, maar ik had zo’n ding nog nooit van dichtbij gezien. Ik probeerde te doen alsof er niets gebeurd was.
‘Ga je hem niet verschonen?’ vroeg Emma.
Verdomme. Ik keek op mijn uurwerk. Het was bijna bedtijd voor de kinderen. Zuchtend stond ik op. Ik nam een luier uit de kast. Ik pakte Jasper uit zijn box en legde hem op de keukentafel. De stank nestelde zich in mijn longen, in mijn maag, ik dacht dat ik over mijn nek ging. Emma stond me van op een afstand uit te lachen. Gedurende een minuut keek ik naar die kleine en vroeg me af hoe ik het zaakje ging aanpakken. Tijdens het peinzen viel me de verzameling cactusjes op de vensterbank op. Ik kreeg een idee.
Zo goed als ik kon verschoonde ik Jasper. Ik veegde de stront weg met keukenpapier en een natte vaatdoek. Jasper schreide en spartelde, spartelde en schreide. Ik bad dat hij niet van de tafel zou rollen en met zijn broze schedel op de tegelvloer zou donderden. Ik rolde de vieze luier tot een bolletje en gooide hem in de vuilnisbak. Ik spreidde de schone luier over de tafel. Emma zat ondertussen weer aan het televisiescherm gekluisterd. Goed zo, dacht ik.
Ik bestudeerde de cactusjes en nam die met de meeste en scherpste stekels van de vensterbank. Ik ontdeed hem van het potje en plaatste hem in het midden van de luier. Daarna legde ik Jasper erop en bond de luier om. Zijn gekrijs ging enkele octaven de hoogte in. Ik grijnsde zelfvoldaan en zette hem weer in zijn box.
‘Jasper huilt veel,’ zei ik tegen Emma.
‘Altijd,’ zei ze, ‘ik denk dat er iets met hem scheelt.’
We keken nog een halfuurtje televisie. Daarna legde ik Jasper boven in zijn wieg en las ik nog twee verhaaltjes voor aan Emma. Ze smeekte om nog een derde, maar ik gaf niet toe. Ze was toch te moe, want ze kon haar ogen amper open houden. Niet veel later viel ze in slaap, terwijl Jasper nog steeds onbedaarlijk aan het huilen was. Als hij maar niet doodging, dacht ik. Zijn stem sneed door merg en been en ik dacht dat ik mezelf van kant zou maken als ik er nog een uur langer naar moest luisteren.
Gelukkig was zijn lekkere moeder vroeger thuis dan verwacht. ‘Is alles goed gegaan?’ vroeg ze. Ze keek nogal bedrukt omdat Jaspers gehuil door heel de trappenhal en ver daarbuiten galmde.
Ik schudde van niet. Ik zei dat ze gelijk had over Emma. ‘Ze heeft Jasper de hele avond zitten jennen. Ze heeft zelfs enkele keren met de afstandsbediening van de televisie op zijn hoofd geslagen. Gelukkig kon ik haar op tijd tegenhouden en is hij niet gewond geraakt.’
De moeder kreeg tranen in haar ogen. ‘Ik weet het,’ zei ze. ‘Eigenlijk is ze een lief kind, maar sinds haar vader weg is, is ze onhandelbaar geworden.’
‘Het spijt me dat te horen, mevrouw.’ Ik begon het bonnetje in te vullen dat ik van die ouwe vreetzak gekregen had.
De moeder ging zitten en zuchtte. Misschien moet ik maar eens naar een kinderpsycholoog met haar. Nu begon ze te huilen. De tranen stroomden over haar wangen. Haar mascara liep uit. Op een bepaalde maakte haar dat nog mooier dan ze al was. Niet op een geile manier of zo, gewoon kwetsbaar mooi. Als een engel. Ik wilde haar knuffelen, maar legde slechts een hand op haar schouder. Daarna ging ik weg zonder haar het bonnetje te geven. Ik had mijn eerste avond als babysitter dus gratis en voor niets gewerkt, maar dat vond ik helemaal niet erg. Ik had mijn wraak op Emma beet, want zij zou sowieso de schuld krijgen van die farce met de cactus. Ik fietste naar huis en barstte in lachen uit.
Een week later kreeg ik telefoon van de ouwe voor mijn tweede klus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten