vrijdag 30 maart 2018

Hoe Selma en ik aan valse tanden kwamen (deel 4 van een reeks absurde verhaaltjes om jou te vermaken)

Ik heb een tijdje in een smoothie-bar gewerkt. Lang heeft het niet geduurd voor ik buiten gebonjourd werd. Dat lag niet aan mij overigens, maar aan een spijtig voorval dat volledig aan gebrekkige communicatie te wijten viel, al zag de baas dat anders. ’t Was een klier.
Zo kwam Selma eens een smoothie bestellen. Selma was een vriendin van een vriendin (en van nog een andere vriendin, maar dat weet ik niet zeker meer). Een ordinaire del alleszins. In onze tienerjaren hebben we wel eens geflikflooid. Puur uit verveling, want mooi was ze niet. En dat was er eigenlijk nooit op verbeterd. Ondertussen was ze achtentwintig en amper volgroeid, ze had zelfs geen borstjes. Wel had ze lange tanden. Krankzinnige voortanden in een veel te smal gezicht. De tanden kwamen over haar onderlip. Ik gokte dat ze een smoothie met worteltjes zou nemen. Ik weet niet of ze mij echt niet herkende of gewoon deed alsof. Ze bleef maar naar de menukaart staren, mompelde de verschillende smaken en bestelde uiteindelijk: ‘Aambeien alstublieft.’
Ik kon me wel vinden in haar keuze. Het zomerde. Het was heet, de hemel was pastelblauw, waterachtig zelfs, de zon deed pijn aan de ogen en graspollen zwermden als insecten door de lucht. Ik slikte pillen tegen mijn allergie. In de bar was het trouwens veel te warm, ondanks de ventilator (de airco was stuk). Boven de dertig graden. Wat een zeikweer. Ik snakte naar regen. Naar wind. Naar winter. Ik had zin om te baden in de ijsmachine. Om maar te zeggen dat een smoothie met aambeien een verfrissende keuze was.
‘Klein, medium of groot?’ vroeg ik. Ik liet haar kiezen. Daarna zonderde ik me af in het toilet met een plastic bekertje. Mijn broek plakte aan mijn billen en mijn ballen. Ik stroopte ze omlaag. Met zulk weer deed ik nooit een onderbroek aan want ik had een hekel aan dat knellende, zweterige gevoel rond mijn balzak. Ik ging een beetje schuin zitten, steunde op mijn rechterbeen en hield met mijn linkerhand het bekertje onder mijn anus. Ik perste dat het een lieve lust was. Ik stak duim en wijsvinger van mijn vrije hand in het gaatje. Met mijn nagels pitste ik de aambeien open en ving het vocht op in het bekertje. Ik moest moeite doen om niet te krijsen van de pijn.
Op één been staan was vermoeiend, maar gelukkig deed ik aan krachttraining: free squats met tachtig kilogram op mijn schouders, vier sets van twaalf reps. Ik vond mezelf een beest, maar kreeg toch stilaan krampen… en niet alleen in mijn kuiten en quadriceps. Mijn darmen borrelden. De symfonie deed me denken aan een gitaarrif van The Doors. Iets over vreemde mensen… Er kwam wat diarree mee. Grotendeels vloeibaar met hier en daar een vlokje stront.
Wanneer ik klaar was, ging ik terug naar de bar en goot het bekertje leeg in de blender, voegde er ijsblokjes aan toe en drukte op de knop. Alles ging in een nieuw bekertje. ‘Ziezo,’ zei ik, ‘dat is dan twee euro vijftig.’
Selma betaalde gepast. Ze nam twee rietjes mee. Ik zag haar de straat oversteken met haar smoothie. Mooie benen had ze wel, dat moest ik haar nageven, maar dat was dan ook het enige. Ze ging op een bankje zitten naast een geblokte kerel, een echte krachtpatser. Groot maar lelijk: een pokdalig gezicht en pluizig haar, alsof het net weer begon te groeien na chemotherapie. Maar verdorie, hij zag er ontzettend sterk uit. Als een os. Je moet weten dat ik destijds een fascinatie had voor het mannelijk lichaam. Niets erotisch of zo, ik beschouwde het meer als een studieobject.
Zo te zien kende hij Selma goed. Hij legde zijn arm over haar schouder. Ze dronken tegelijk van de smoothie, elk van hun eigen rietje. In hun wangen tekenden zich diepe kuiltjes af. Ik zag hun blikken van blijdschap en verliefdheid prompt verbrokkelen tot grimassen van afschuw. Ze begonnen te kokhalzen en braakten op de stoep. Ik stond er gewoon naar te kijken. Ik vond het niet eens grappig. Het boeide me allemaal niet. Selma liet het bekertje vallen. Haar vriend keek ernaar. Ze discussieerden wat met elkaar. Over de inhoud van hun smoothie, gokte ik. Dat viel althans af te leiden uit hun kolerieke gebaren.
Toen stond die gozer op en stak de straat over, richting mijn smoothie-bar. Hij had een harde blik op zijn gezicht, zijn ogen vurig en niets zou hem tegenhouden, zelfs geen aanstormende autobus. Nog steeds kon het me weinig schelen. Ik haalde mijn schouders op en keek geamuseerd toe. Selma volgde in zijn voetspoor, kon hem amper bijbenen maar toen dat toch lukte, graaide ze naar zijn hand. Zo kwamen ze samen binnen. Hij zwaaide de deur zo hard open dat ze tegen de muur klepperde en het glas er bijna uit viel. ‘Wat zat er godverdomme in die gore smoothie?’ bulderde hij.
Ik keek naar zijn armen, de biceps en de triceps, een prachtige symbiose van mannelijk vlees. Daarna keek ik naar zijn gezicht. Die lul zag verdomme scheel dus ik wist niet in welk oog eerst te kijken. En het vervelende met zulke klootzakken was dat ze altijd doorhadden dat jij begon te twijfelen en dan kreeg je een soort karikatuur van twee revolverhelden die elkaar probeerden af te troeven met hun dodende blikken. Ik focuste me op zijn linkeroog en zei: ‘Aambeien.’
‘Wat?’ zei Selma. Haar wenkbrauwen deden iets eigenaardigs. Het was niet echt fronsen.
‘Aambeien,’ zei ik weer.
Selma en haar gozer begonnen opnieuw te kokhalzen.
‘Niet binnen braken,’ probeerde ik nog, maar het was al te laat. Hun maaginhoud kletterde op de tegels.
‘Ik had aardbeien gevraagd.’
Ik wist wel wat ze bedoelde, maar kon het niet laten haar te plagen en zei: ‘Dat heb je natuurlijk met zulke tanden, daar kan je niet goed mee articuleren.’
Selma was zo verbijsterd dat haar mond openviel zonder dat er nog een woord uitkwam. Slechts een kreun van langgerekte verbazing. Wat later herpakte ze zich en zei: ‘Ik weet nog wie je bent, smeerlap, en reken er maar op dat ik tegen iedereen zal zeggen dat jij je piemel destijds in mijn kont wilde duwen maar hem niet omhoog kreeg.’
Verdorie, dat was ik al vergeten. Ik haalde mijn schouders op. Het interesseerde me geen bal. Ik keek weer naar de gozer en vroeg: ‘Wat zal het zijn, makker, meloen of kokos?’
Blijkbaar was hij niet in de stemming voor flauwekul want hij pakte de metalen bak met rietjes van de toonbank en smeet hem met zijn brute kracht vol in mijn aangezicht. Het ging zo snel dat ik me niet eens kon bukken. De hoek van de bak kwam pontificaal op mijn voorste tanden terecht en ik voelde hoe ze afbraken en hoe de tandwortels in mijn tandvlees verschoven. Ik geloof dat ik nog een seconde of twee heb staan zwijmelen. Dan viel ik achterover.
Ik werd pas wakker toen de baas een glas ijswater in mijn gezicht smeet. De klier. ‘Ze hebben klacht ingediend,’ zanikte hij. Mijn eerste reactie was om met mijn tong aan het gat te voelen waar eerder mijn tanden nog hadden gezeten. Ik probeerde overeind te krabbelen en zocht verwoed naar mijn tanden op de grond in de hoop ze op een of andere manier te kunnen recupereren. Maar toen herinnerde ik me dat ik ze had ingeslikt. Als het tegenzit, zit het goed tegen. Tanden uitkakken met aambeien leek me niet meteen een feestje.
‘Hoor je me?’ (De baas weer.) ‘Ze gaan klacht indienen, verdomme.’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Ik dien ook klacht in,’ mompelde ik.
‘O ja?’
‘Ja, tegen die stank uit je bek.’
De baas gaf me een lel rond mijn oren. Ik voelde er amper wat van. Mijn kop was één waas van pijn, verdoving en nog meer pijn, teveel pijn om nieuwe pijn te registreren. En in mijn mond overheerste de vieze, koperachtige smaak van bloed.
Een week later had ik een afspraak bij de tandarts. Ik had hem aan de telefoon uitgelegd dat ik gevallen was met mijn skateboard. Ik loog bovendien dat het dringend was, aangezien mijn baas overwoog om me te ontslaan omdat ik op die manier onmogelijk klanten kon bedienen. Slecht voor het imago van de zaak en zo.
Ik zat in de wachtzaal en luisterde naar de verschrikkelijke zaag- en boorgeluiden die uit het kabinet kwamen. Een kwartiertje later zag ik dat stomme kutwijf van een Selma naar buiten strompelen met haar hand voor haar mond. Wat een onwaarschijnlijk toeval. Ik kon mezelf niet bedwingen en begon te schateren.
‘Rotzak,’ lispelde ze van achter haar hand, en ze verdween met een rooie kop.
Het was mijn beurt. Ik begroette de tandarts. Ik ging zitten in de stoel. Ik legde nogmaals uit wat het probleem was.
‘De voorste tanden,’ herhaalde de tandarts, ‘juist ja.’ Hij staarde enkele seconden uit het raam, waar de hemel eindelijk kil en grijs was. Was de herfst in aantocht? ‘Het meisje dat hier voor jou was had ook een probleem met haar voorste tanden. Toevallig, nietwaar?’
‘Welk probleem?’ wilde ik weten.
‘Ze waren te lang. Daardoor had ze een vreselijk spraakgebrek. Jezus, wat een nachtmerrie om naar dat wijf te luisteren,’ zuchtte hij.
‘En dan?’
‘Ik heb haar voorste tanden getrokken. Volgende week gaan er nieuwe in. Een kleiner formaat.’
‘Ach zo.’ Lange tanden, korte tanden, Selma bleef een lelijke trut. Met sexy benen, dat wel. Ik ging achterover liggen en keek in de felle lamp tot ik kleurrijke caleidoscopen zag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten