zaterdag 3 februari 2018

Urbex 3/2/2018

Technisch gezien heb ik een dag niet geblogd, want het is al na 00u00. Zulke dingen vind ik vervelend, omdat ik nu toch een klein beetje het gevoel heb dat ik mijn belofte van elke dag een bijdrage te schrijven niet nagekomen ben. Maar ik heb een goed excuus: afleiding in de vorm van cyberseks met jou en het gegeven dat ik na een dagje urbex altijd moet bekomen van de vele indrukken die ik heb opgedaan. Hieronder een kort verslagje van mijn dag.

De eerste locatie was meteen een schot in de roos. Van alle verlaten gebouwen die ik intussen al bezocht heb, is dit wellicht de mooiste. Er waren verschillende kamers waar het verval echt mooie proporties had aangenomen. Bovendien was er nog veel decor, wat niet altijd het geval is. Hieronder zie je hoe het er langs de buitenkant uitziet. Beetje griezelig. Het lijkt ook erg afgelegen, maar dat is het niet. Het pand is heel gemakkelijk te betreden en naar urbex-normen intact. Aangezien we de enigen waren, konden we ongestoord fotograferen.


Volgende locatie op het programma was een klein huisje langs de weg waarin een oud vrouwtje woonde. Ze schijnt verhuisd te zijn omdat haar woning in de fik is gevlogen. Tenminste, de eerste verdieping. Het gelijkvloers was niet aangetast door de vlammen, maar wel door de natuurelementen. Eigenlijk wilde ik een foto nemen van de eerste verdieping, want daar groeide allerlei onkruid op de vloer langs en doorheen het gebinte. Ik kon er net een glimp van opvangen. Toen ben ik door de rotte trap gezakt. Hendrina dacht dat ik bewusteloos was. Blijkbaar was ik drie seconden sprakeloos. Ik was helemaal verdwaasd. Gelukkig ben ik er zonder kleerscheuren van afgekomen. Eén kamer in deze woning was de moeite, de rest niet.

Hierna verlieten we de provincie Antwerpen voor Wallonië. Vraag me niet waar we exact naartoe gingen, want ik let zelden op de weg. Onze volgende bestemming was een hotel aan een rivier. Na veel acrobatische manoeuvres zijn we langs de achterkant binnen geraakt. Al snel werd duidelijk dat we heel voorzichtig moesten zijn, want het pand was aangetast door vocht en houtrot. De trappen hadden op sommige plaatsen geen leuningen meer. Ik ben wel tot de vijfde verdieping gegaan. Geen risico's genomen. Het kroonjuweel in dit hotel was een oude piano die op een soort bühne stond. Vermoedelijk deed die ruimte vroeger dienst als restaurant of feestzaal. Uiteindelijk zijn we daar anderhalf uur gebleven, want het was een reusachtig gebouw. We ontdekten dat we heel eenvoudig langs de voorkant weg konden, dus al het kunst- en vliegwerk om binnen te komen bleek achteraf gezien totaal overbodig.

We hadden er dus al enkele toplocaties opzitten en gingen vervolgens nog naar Charleroi voor een kapel en een fabrieksterrein. Helaas zonder succes. De kapel was verzegeld en het fabrieksterrein werd bewaakt door twee gespierde kolossen van honden die meteen hun tanden lieten zien en onophoudelijk naar ons blaften. Echt agressieve beesten, getraind om ongewenste pottenkijkers de stuipen op het lijf te jagen, dat zag je meteen. We hebben nog geprobeerd om langs de zijkant naar het aanpalende terrein te gaan, maar de honden volgend ons overal langs de afrastering. Er was een punt waar ze op een schuur sprongen en dan was er nog maar één meter draad waar ze over moesten voor ze ons te pakken hadden. Niet veilig dus. Ik had op dat moment heel veel behoefte aan Zulu. Maar dan in Siberische tijgerformaat.

De dag zat erop met andere woorden. Hendrina heeft me afgezet aan het treinstation van Charleroi en enkele uren later was ik weer thuis. Nu komt het tweede gedeelte van de fun: foto's, foto's, foto's! Ik drop wel een linkje als ze online staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten